SC-REAS N.V.
Wettekst · S.B. 2024 no. 56

Wijziging Milieu Raamwet 2024

De volledige tekst in de officiële vorm, zoals gepubliceerd in het Staatsblad. Lees hem hier pagina voor pagina, of download de PDF.

VINDPLAATSS.B. 2024 no. 56ARTIKELEN3PAGINA'S32PDF182 kB

In deze wettekst

Scroll door de pagina's of spring direct naar een afdeling of artikel. Elk artikel heeft een eigen link om te delen.

  1. MEMORIE VAN TOELICHTING

Tip: de pagina's zijn verkleind voor uw scherm. Knijp om in te zoomen, of open de PDF.

STAATSBLAD
VAN DE REPUBLIEK SURINAME
2024No. 56
Wijziging Milieu Raamwet 2024
S.B. 2024 no. 56
Volledige tekst in de officiële vorm · 3 artikelen
opgemaakt voor de leesbaarheid door SC-REAS N.V.
Kennisbank · www.sc-reas.com/kennisbank
Kennisbank · Wetteksten · S.B. 2024 no. 56
www.sc-reas.com v1.00 · 14-10-2026 · Wt. 15
SC-REAS N.V. · KENNISBANK · WETTEKSTS.B. 2024 no. 56
Bron: officiële publicatie S.B. 2024 no. 56, beschikbaar gesteld door De Nationale Assemblée. Wetten en besluiten zijn openbaar (Auteurswet art. 11). Door SC-REAS N.V. opgemaakt voor de leesbaarheid; bij verschil geldt de officiële publicatie.

STAATSBLAD VAN DE REPUBLIEK SURINAME 2024 No. 56

Wet van 21 mei 2024, houdende wijziging van de Milieu Raamwet (S.B. 2020 no. 97).

DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK SURINAME,

In overweging genomen hebbende, dat het nodig is de Milieu Raamwet (S.B. 2020 no. 97), te wijzigen;

Heeft, de Staatsraad gehoord, na goedkeuring door De Nationale Assemblée, bekrachtigd de onderstaande wet:

ARTIKEL I#

In de Milieu Raamwet (S.B. 2020 no. 97) worden de volgende wijzigingen aangebracht:

A. Artikel 1 komt te luiden, als volgt:

Artikel 1

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a.aantasting: een handelen of nalaten waardoor, hetzij anders dan door verontreiniging of uitputting, hetzij als gevolg van verontreiniging of uitputting, hetzij door andere directe of indirecte menselijke ingrepen de milieukwaliteit wordt aangetast;

b.afval: wordt mede begrepen elk overtollige of niet gebruikte vaste, of halfvaste stof of substantie, elke afgedankte of waardeloze vloeistof of gasachtige stof, elk overschot, oud roest of schroot, elke overtollige productie vervaardigt met het vooropgezet doel niet te worden gebruikt, met uitzondering van die stoffen die herbruikbaar of recyclebaar zijn;

c.compenseren: de negatieve milieueffecten van projecten in een bepaald gebied zoveel als mogelijk vereffenen;

Officiële tekst: S.B. 2024 no. 56 · bron: De Nationale Assemblée · www.sc-reas.com/kennisbankpagina 2 van 32
SC-REAS N.V. · KENNISBANK · WETTEKSTS.B. 2024 no. 56

d.contaminant: fysische, chemische, biologische, radiologische stoffen of elke substantie of elk door de mens vervaardigt voorwerp of verschijnsel, waaronder begrepen, doch niet beperkt tot energie, geluid, trillingen, elektromagnetische of ioniserende straling, geur of temperatuurschommeling, die elk apart of in combinatie of in zodanige hoeveelheid worden geïntroduceerd in het milieu dat daardoor schade wordt toegebracht aan enig onderdeel van het milieu zoals mensen, planten, dieren, materialen, cultuurgoederen en ecosystemen;

e.Directeur: de Directeur van de NMA;

f.entiteit: daaronder wordt mede begrepen elke firma, zaak, al of niet rechtspersoonlijkheid bezittende onderneming, associatie, maatschap of overheidsbedrijf ongeacht de vorm, samenstelling of inrichting;

g.FPIC: afkorting van het Free Prior Informed Consent principe uit het internationaal recht met betrekking tot Inheemsen en Tribale volken en het behelst de manier waarop het bestuur de Inheemsen en Tribale volken dient te betrekken in de besluitvorming, met betrekking tot activiteiten binnen hun woongebied;

h.gevaarlijke stof: elke stof die, op basis van zijn chemische of fysische eigenschappen, waarbij op grond van technisch, wetenschappelijk en medisch bewijs, is vastgesteld dat het door het vrijkomen of gebruik, een gevaar vormt voor de gezondheid van de mens en het milieu;

i.land: de atmosfeer, de bodem en onderliggende geologie, de hydrologie en de planten op, boven en onder een specifiek gebied van het aardoppervlak; tevens die historische resultaten en die huidige menselijke activiteiten, tezamen met de in het gebied levende dierlijke organismen, voor zover zij een significante invloed uitoefenen op de huidige en toekomstige gebruiken door de mens;

j.milieu audit: een systematisch en gedocumenteerd proces van het objectief controleren van systemen, procedures, informatie, handelingen of faciliteiten binnen een onderneming met de bedoeling om na te gaan of de onderneming voldoet aan vastgestelde criteria of eisen alsmede de effecten van de onderneming op het milieu;

k.Milieu Effecten Analyse (MEA): een analyse om de potentiële effecten van een voorgesteld project en projectactiviteiten te voorspellen, op die in te spelen en indien nodig die te verminderen of vermijden, uitgevoerd door ter zake deskundigen die gebruikmaken van een variëteit aan zowel wetenschappelijke als technische methoden;

l.Milieu Effecten Rapportage (MER): het rapport voortvloeiende uit de MEA;

m.milieu: de samenhang van de levende en niet levende omgeving van de mens, dier en plant daaronder begrepen de sociale aspecten en economische aspecten in de ruimste zin des woord;

Officiële tekst: S.B. 2024 no. 56 · bron: De Nationale Assemblée · www.sc-reas.com/kennisbankpagina 3 van 32
SC-REAS N.V. · KENNISBANK · WETTEKSTS.B. 2024 no. 56

n.milieucontroleur bijzondere opsporingsambtenaren als bedoeld in artikel 62;

o.milieudelict: een misdrijf of overtreding zoals vastgesteld bij of krachtens deze wet en de wettelijke regelingen genoemd in artikel 47 lid 1;

p.milieuhygiëne: het voorkomen of tegengaan van milieuverontreiniging, hetzij gericht op de compartimenten daarvan zoals bodem, water en lucht, hetzij gericht op de factoren of componenten van de compartimenten, zoals straling, geluid en stoffen;

q.milieukwaliteit: de betekenis die het milieu heeft voor de biodiversiteit in het algemeen en voor de mens in het bijzonder. Ze heeft daardoor mede betrekking op de waarde van het milieu voor de menselijke gezondheid en veiligheid, alsook op de waarde van het milieu voor allerlei menselijke gebruiksvormen en op de eigen waarden van het milieu ongeacht die gebruiksvormen;

r.milieukwaliteitseisen: bij beschikking vastgestelde eisen met betrekking tot de kwaliteit van onderdelen van het milieu, te rekenen vanaf een daarbij te bepalen tijdstip;

s.milieuvergunning toestemming die door de NMA wordt verleend voor het uitvoeren van projecten en activiteiten die het milieu kunnen beïnvloeden;

t.Minister: de Minister belast met de zorg voor het milieu;

u.Nationale Milieu Autoriteit (NMA): het overheidsorgaan als bedoeld in artikel 3, dat belast is met de planning, formulering, evaluatie en monitoring van de controle op de uitvoering van het milieubeleid alsook het uitbrengen van advies, het verzamelen en uitwisselen van informatie betreffende het natuurlijk milieu en het menselijk leefmilieu;

v.normen: vastgestelde reikwijdtes, concentraties, massa of hoeveelheden van contaminanten in het milieu die niet mogen worden overschreden of vastgestelde procedures om contaminanten die in het milieu terechtkomen te beperken;

w.overheidsorgaan of instelling: elk ministerie of overheidsdepartement, of bij wet met bestuursbevoegdheden bekleed orgaan, of lokale en regionale organen;

x.President: de President van de Republiek Suriname;

y.Raad: de Raad zoals genoemd in artikel 6;

z.Strategische Milieu Effecten Analyse (SEA): een analyse van activiteiten die significante milieu effecten kunnen hebben als gevolg van de uitvoering van het overheidsbeleid, een overheidsplan of overheidsprogramma. Tevens kan een analyse worden gepleegd van de cumulatieve effecten van bestaande en toekomstige activiteiten met het doel milieuvoorwaarden op te leggen voor landgebruik of voor implementatie van andere activiteiten;

aa. uitputting: verwijdering van elementen uit het milieu in een zodanige omvang of met een zodanige snelheid, dat daardoor hetzij het milieu zelf, hetzij andere gebruiksvormen daarvan in gevaar worden gebracht. Uitputting heeft mede betrekking op componenten van het milieu, hetzij op de abiotische, zoals delfstoffen, water en cultuurgrond, hetzij op de biotische, zoals plant- en diersoorten;

Officiële tekst: S.B. 2024 no. 56 · bron: De Nationale Assemblée · www.sc-reas.com/kennisbankpagina 4 van 32
SC-REAS N.V. · KENNISBANK · WETTEKSTS.B. 2024 no. 56

bb. vergunning verstrekkend orgaan: elk overheidsorgaan dat of elke instelling die krachtens wettelijk voorschrift een vergunning verstrekt voor het ontplooien van activiteiten;

cc. verontreiniging: elk handelen of nalaten waardoor in het milieu stoffen of fysische verschijnselen in zodanige hoeveelheden worden geïntroduceerd, dat daardoor schade wordt toegebracht aan enig onderdeel van de biodiversiteit zoals mensen, planten, dieren, ecosystemen, of aan materialen of cultuurgoederen;

dd. voorgesteld of aangevraagd project: elk nieuw of substantieel gewijzigde of uitgebreide ontwikkelingsactiviteit, met betrekking tot een bedrijf, inrichting of onderneming;

ee. wet: de Milieu Raamwet.

B. Artikel 2 komt te luiden, als volgt:

Taken en bevoegdheden Minister

Artikel 2

1.De Minister is -voor zover dit ten aanzien van enig onderwerp niet voorbehouden is aan de President- de hoogste autoriteit belast met de uitvoering van het milieubeleid en heeft als voornaamste taken:

a.de voorbereiding van een milieubeleidsplan;

b.het leiden van het proces van beleidsformulering, beleidsevaluatie en monitoring van beleidsuitvoering, waaronder inbegrepen informatieverzameling en uitwisseling alsook beleidsoverleg met alle milieu-actoren rekening houdend met de zelfstandige status van deze actoren in conformiteit met de hun bij regelgeving toebedeelde taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden alsook internationale milieuverplichtingen;

c.het identificeren en vaststellen van nationale prioriteiten ter zake milieu die onderdeel zijn van het milieubeleid zoals opgenomen in het Ontwikkelingsplan van Suriname;

d.het initiëren en doen van voorstellen in verband met de verwezenlijking en actualisering van nationale milieuregelgeving;

Officiële tekst: S.B. 2024 no. 56 · bron: De Nationale Assemblée · www.sc-reas.com/kennisbankpagina 5 van 32
SC-REAS N.V. · KENNISBANK · WETTEKSTS.B. 2024 no. 56

e.het zorg dragen voor het toezicht op de implementatie en naleving van de verplichtingen van alle milieu gerelateerde verdragen die door de Surinaamse overheid zijn ondertekend en geratificeerd, het één en ander na eventuele aanpassing aan de lokale omstandigheden en in samenspraak met relevante milieu-actoren, nationale, regionale en lokale autoriteiten;

f.instructies te geven voor het scheppen en bevorderen van de condities nodig voor de bescherming van de natuur en voor het behoud van de ecologische balans;

g.het ontwikkelen en onderhouden van samenwerkingsmechanismen en partnerschappen teneinde op efficiënte en effectieve wijze te kunnen voldoen aan de nationale- en internationale milieuverplichtingen;

h.het fungeren als het aanspreekpunt voor nationale- en internationale milieu organisaties en secretariaten van milieuverdragen; en

i.de controle en het toezicht op de uitvoering van het beleid met betrekking tot het milieu.

2.De Minister is bevoegd:

a.tot het instellen van netwerken of platformen ter verkrijging en uitwisseling van informatie met betrekking tot het milieubeleid en de uitvoering daarvan;

b.informatie op te vragen bij alle bestuurlijke autoriteiten, bedrijven en organisaties ten aanzien van het milieu en van de activiteiten die daarop van invloed zijn;

c.instructies te geven aan de NMA, beleidsmakers, bestuurlijke autoriteiten en andere actoren voor het scheppen en bevorderen van de condities nodig voor de bescherming van het milieu en voor het behoud van de ecologische balans;

d.instructies te geven aan de daartoe bevoegde instanties ten aanzien van de aanwijzing en vaststelling van nieuwe beschermde gebieden en bufferzones met het oog op een evenwichtige en duurzame economische ontwikkeling, voortvloeiende uit de bescherming van deze gebieden; en

e.tot het uitvaardigen van instructies met betrekking tot integriteits- en gedragscodes en goed ondernemerschap. De Minister is na verkregen goedkeuring van de Raad van Ministers bevoegd een specifiek orgaan in te stellen dat toeziet op de naleving van de vastgestelde integriteits- en gedragscodes. Nadere regels met betrekking tot de samenstelling, werkwijze, bevoegdheden en overige voorzieningen ten behoeve van het functioneren van dit orgaan worden bij resolutie vastgesteld.

3.De in dit artikel bedoelde instructies en de resolutie zoals bedoeld in lid 2 onderdeel e, worden in het Staatsblad van de Republiek Suriname bekendgemaakt.

C. Artikel 3 komt te luiden, als volgt:

Officiële tekst: S.B. 2024 no. 56 · bron: De Nationale Assemblée · www.sc-reas.com/kennisbankpagina 6 van 32
SC-REAS N.V. · KENNISBANK · WETTEKSTS.B. 2024 no. 56

De Nationale Milieu Autoriteit, taken en bevoegdheden

Artikel 3

1.Bij deze wet wordt ingesteld de Nationale Milieu Autoriteit (NMA) voor geheel Suriname.

2.De NMA is een zelfstandig bestuursorgaan met rechtspersoonlijkheid, dat begrotingstechnisch ressorteert onder het Ministerie van Ruimtelijke Ordening en Milieu en gevestigd is te Paramaribo; zij kan ook elders in Suriname kantoor houden.

3.De NMA is -voor zover dit niet voorbehouden is aan de Minister- belast met de uitvoering van de bepalingen in deze wet en is verantwoording hierover verschuldigd aan de Minister. De Minister is bevoegd instructies te geven aan de NMA over de wijze van verantwoording. De NMA is verplicht naar beste kunnen deze instructies uit te voeren.

4.De NMA heeft als taken:

a.het ondersteunen en adviseren van de Minister in het voeren van structureel beleidsoverleg met ministeries, bestuurlijke autoriteiten en organen, overige bestuursorganen, natuurlijke en rechtspersonen in het kader van een effectieve en efficiënte coördinatie van het nationaal milieubeleid;

b.het ontwikkelen en implementeren van een milieueffectenanalysesysteem;

c.het formuleren van nationale milieukwaliteitseisen en standaarden en het monitoren van de toepassing daarvan;

d.het in samenwerking met ministeries, bestuurlijke autoriteiten en organen, overige bestuursorganen, natuurlijke- en rechtspersonen uitoefenen van controle op economische activiteiten inzake milieuverontreiniging;

e.het bevorderen van de publieke bewustwording en participatie inzake de taken van de NMA tezamen met de verschillende ministeries, de overige bestuursorganen, natuurlijke- en rechtspersonen; en

f.het toezien dat het FPIC-principe wordt toegepast in besluitvormingsprocessen die het leef- en woongebied van de Inheemsen en Tribale volken betreffen.

5.De NMA is bevoegd:

a.informatie op te vragen bij bestuurlijke autoriteiten, bedrijven en organisaties ten aanzien van het milieu en van de activiteiten die daarop van invloed zijn;

b.de totale gemeenschap, inclusief individuen en organisaties met specifieke milieu deskundigheid, te betrekken bij de bescherming van het milieu;

c.instructies te geven aan beleidsmakers, bestuurlijke autoriteiten en andere actoren ten aanzien van de bij deze wet aan haar toebedeelde taken;

Officiële tekst: S.B. 2024 no. 56 · bron: De Nationale Assemblée · www.sc-reas.com/kennisbankpagina 7 van 32
SC-REAS N.V. · KENNISBANK · WETTEKSTS.B. 2024 no. 56

d.tot het instellen van commissies en werkgroepen en het aantrekken van deskundigen, teneinde haar in de uitoefening van haar taakstelling bijstand te verlenen;

e.tot het vaststellen van besluiten en de verstrekking van milieuvergunningen, alsmede de wijzigingen daarvan; en

f.tot het uitvaardigen van bevelen aan publieke- en private instituten en organisaties, alsook individuen, om hun activiteiten te staken, indien blijkt dat deze activiteiten een onmiddellijk gevaar vormen voor het milieu.

6.Op voordracht van de Minister kunnen bij staatsbesluit aan de NMA eveneens andere taken en bevoegdheden worden toebedeeld, alsmede nadere regels worden vastgesteld met betrekking tot de taken en bevoegdheden van de NMA als bedoeld in de leden 4 en 5.

D. Artikel 4 komt te luiden, als volgt:

Bestuur van de NMA

Artikel 4

1.De NMA wordt bestuurd door een directie bestaande uit een Directeur en onderdirecteuren overeenkomstig een door de Raad goedgekeurd(e) jaarplan en begroting. De dagelijkse leiding van de NMA berust bij de Directeur. Bij directiereglement wordt vastgesteld welke werkzaamheden onder de verantwoordelijkheid van welk directielid ressorteren en hoe de verantwoording hierover wordt afgelegd aan de Directeur en de Raad.

2.Bij ontstentenis of belet van de Directeur berust het bestuur in zijn geheel bij een door de Raad aan te wijzen onderdirecteur. In geval van ontstentenis of belet van de Directeur en alle onderdirecteuren wordt het bestuur, voor ten hoogste drie (3) maanden, waargenomen door de Raad of één of meer door de Raad aangewezen personen al dan niet uit het midden van de Raad. Door de President wordt zo spoedig mogelijk en wel binnen de in de voorgaande volzin genoemde termijn voorzien in de vacature.

3.De Directeur en de onderdirecteuren worden op voordracht van de Minister door de President benoemd en ontslagen. Zij kunnen voorts om geldige redenen door de Minister, gehoord de Raad, worden voorgedragen tot schorsing bij de President.

4.Van een schorsingsgrond is er in ieder geval sprake, indien een rechterlijk bevel tot lijfsdwang wegens schulden, dan wel vrijheidsbeneming wegens verdenking van misdrijf, of onherroepelijke veroordeling ter zake van een strafbaar feit, tegen de directeur of onderdirecteur van kracht is. De Raad stelt in overleg met de Minister in een reglement overige schorsingsgronden, de gevolgen van de schorsing en de wijze van uitvoering van de opgelegde schorsing vast.

Officiële tekst: S.B. 2024 no. 56 · bron: De Nationale Assemblée · www.sc-reas.com/kennisbankpagina 8 van 32
SC-REAS N.V. · KENNISBANK · WETTEKSTS.B. 2024 no. 56

5.De overige personeelsleden van de NMA worden door de Directeur benoemd, geschorst en ontslagen.

6.De directie stelt, gehoord de Raad, een directiereglement vast. Dit reglement wordt, na goedkeuring door de Minister, bekendgemaakt in het Staatsblad van de Republiek Suriname.

7.Voor de functie van Directeur en onderdirecteur gelden ten minste de volgende benoembaarheidseisen:

a.een afgeronde academische masteropleiding of daaraan gelijkgesteld;

b.aantoonbare en aanwendbare kennis om de taken en bevoegdheden van de NMA te kunnen uitvoeren in de milieusector;

c.tien (10) jaren werkervaring voor de Directeur en ten minste vijf (5) jaren werkervaring voor de onderdirecteur in leidinggevende functies;

d.geen belangen of aandelen hebben in bedrijven die conflicterend zijn met de taken en bevoegdheden van de NMA; en

e.een gunstig resultaat uit een antecedenten en psychologisch onderzoek.

8.De directie vervult zonder schriftelijke toestemming van de Raad geen nevenbetrekkingen, bezoldigd of onbezoldigd.

9.Nadere functie-eisen voor de directie, de functie-eisen voor de personeelsleden, de arbeidsvoorwaarden en rechtspositionele voorzieningen van de directie en de personeelsleden worden door de Minister, gehoord de Raad en na verkregen goedkeuring van de Raad van Ministers, vastgesteld en bekend gemaakt in het Staatsblad van de Republiek Suriname. De door de Minister en de Raad vastgestelde integriteits- en gedragscodes maken integraal deel uit van de rechtspositionele regeling van de directie en de personeelsleden ongeacht of het personeelsleden betreft die op de voet van artikel 76 een dienstbetrekking zijn aangegaan met de NMA.

10.De directieleden zijn niet ouder dan zestig (60) jaar.

E. Artikel 5 komt te luiden, als volgt:

Artikel 5

1.De Directeur en een bij directiereglement aangewezen onderdirecteur vertegenwoordigen de NMA in en buiten rechte.

2.De Directeur en een bij directiereglement aangewezen onderdirecteur beheren het vermogen van de NMA en oefenen hun bevoegdheden uit met inachtneming van de ter zake geldende wettelijke regelingen. De Directeur kan zich daarin doen bijstaan door een administrateur. De Raad stelt in een reglement vast hoe het beheer van het vermogen wordt verantwoord en welk lid van de directie samen met de Directeur tekeningsbevoegd is.

Officiële tekst: S.B. 2024 no. 56 · bron: De Nationale Assemblée · www.sc-reas.com/kennisbankpagina 9 van 32
SC-REAS N.V. · KENNISBANK · WETTEKSTS.B. 2024 no. 56

3.De onderdirecteuren zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de taken op hun onderscheidenlijke afdelingen.

4.De Directeur en een desbetreffende onderdirecteur bedoeld in lid 1 hebben schriftelijke machtiging van de Raad nodig voor:

a.het collectief beëindigen van de dienstbetrekking met de werknemers;

b.het verkrijgen, vervreemden en bezwaren van onroerende goederen van de NMA;

c.het aangaan van verbintenissen boven een door de Raad vastgesteld bedrag;

d.het voeren van processen als eisende partij en het aangaan van dadingen; en

e.in het directiereglement nader bepaalde handelingen.

5.De Directeur treedt in overleg met de Raad over alle aangelegenheden die van aanmerkelijke invloed zijn op de gang van zaken binnen NMA en verstrekt de Raad alle inlichtingen die deze voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft.

F. Artikel 6 komt te luiden, als volgt:

Raad van Toezicht

Artikel 6

1.De NMA heeft een Raad van Toezicht bestaande uit minimaal vijf (5) en maximaal zeven (7) leden. Om voor benoeming in aanmerking te kunnen komen, beschikt een kandidaat over een afgeronde academische opleiding, bestuurlijke ervaring en is bekend met organisatieprocessen, in het bijzonder met het financieel beheer.

2.De leden van de Raad worden na goedkeuring van de Raad van Ministers door de President voor ten hoogste vijf (5) jaren benoemd; zij zijn na ommekomst van deze periode terstond eenmaal herbenoembaar, onverminderd het recht van de President om de leden van de Raad tussentijds te ontslaan, op voordracht van de Minister, en na goedkeuring van de Raad van Ministers.

3.De President benoemt uit het midden van de leden van de Raad de voorzitter en de Raad wijst uit zijn midden een secretaris aan. De Raad stelt verder zijn werkzaamheden onderling vast.

4.De leden van de Raad genieten een remuneratie die ten laste komt van de exploitatierekening van de NMA.

5.De leden treden af bij:

a.het bereiken van de leeftijd van zeventig (70) jaar;

b.het in aanraking komen met de justitie wegens veroordeling ter zake een misdrijf;

c.onder curatelestelling; en

Officiële tekst: S.B. 2024 no. 56 · bron: De Nationale Assemblée · www.sc-reas.com/kennisbankpagina 10 van 32
SC-REAS N.V. · KENNISBANK · WETTEKSTS.B. 2024 no. 56

d.een door de rechter uitgesproken faillissement.

6.De leden van de Raad worden voor benoeming voorgedragen door:

a.de Regering van Suriname ten getale van drie (3), te weten:

i.één met deskundigheid op het gebied van de gezondheid van de mens;

ii. één met deskundigheid op het gebied van de agrarische sector;

iii. één met deskundigheid op het gebied van de biodiversiteit;

b.het bedrijfsleven ten getale van één (1), met deskundigheid op het gebied van milieu en industrie;

c.de Anton de Kom Universiteit van Suriname ten getale van één (1), met deskundigheid op het gebied van milieuwetenschap;

d.de in stamverband levende Marron-gemeenschappen ten getale van één (1), met deskundigheid op het gebied van milieu en marron-gemeenschappen;

e.de in stamverband levende inheemse gemeenschappen ten getale van één (1), met deskundigheid op het gebied van milieu en Inheemse gemeenschappen.

7.Om tot lid van de Raad te kunnen worden benoemd, gelden de volgende vereisten:

a.bezit van de Surinaamse nationaliteit;

b.de leeftijd van veertig (40) jaar hebben bereikt;

c.geen belangen of aandelen hebben in bedrijven of concessierechten op natuurlijke hulpbronnen bezitten die de uitoefening van de taken van de Raad in de weg staan of de schijn van partijdigheid kunnen opwekken; en

d.een gunstig resultaat hebben bij een antecedentenonderzoek en psychologisch onderzoek en in ieder geval niet zijn veroordeeld wegens een misdrijf.

8.Voorafgaand aan de benoeming moet de betrokkene ten minste drie (3) jaren woonplaats en hoofd- of werkelijk verblijf in Suriname hebben.

9.Bloed- of aanverwantschap tot en met de tweede graad of huwelijk mag niet bestaan tussen de leden van de Raad onderling.

G. Artikel 7 wordt gewijzigd, als volgt:

1.Lid 1 luidt als volgt:

1.De Raad is belast met het toezicht op het bestuur van de NMA. De Raad is bevoegd daartoe inzage te nemen van alle boeken en bescheiden van de NMA. De leden van de Raad hebben ten behoeve van de uitoefening van hun taken te allen tijde toegang tot de kantoren, gebouwen, terreinen, alsmede andere zaken in gebruik en beheer bij de NMA.

2.Lid 3 luidt als volgt:

Officiële tekst: S.B. 2024 no. 56 · bron: De Nationale Assemblée · www.sc-reas.com/kennisbankpagina 11 van 32
SC-REAS N.V. · KENNISBANK · WETTEKSTS.B. 2024 no. 56

3.Nadere regels met betrekking tot de Raad, waaronder wijziging van het aantal leden van de Raad en indien nodig de instelling van specifieke werkgroepen, hun samenstelling en daarin te benoemen leden ter advisering van de Raad, worden bij staatsbesluit vastgesteld.

3.Na lid 3 wordt een nieuw lid 4 toegevoegd, luidende als volgt:

4.De Raad stelt integriteits- en gedragscodes vast en draagt er zorg voor dat er goed ondernemerschap wordt toegepast door de directie en de Raad door middel van het beschrijven en vaststellen van onder meer administratieve processen die de rationaliteit van besluitvorming en de afweging van belangen weergeven. De vorenbedoelde codes en afwegingskaders voor het kunnen toetsen van de besluitvorming binnen de NMA worden bekendgemaakt in het Staatsblad van de Republiek Suriname.

G. Artikel 8 wordt gewijzigd, als volgt:

1.Lid 1 onderdeel g komt te luiden, als volgt:

g.schenkingen, erfstellingen en legaten van nationale en internationale donateurs; en

2.De leden 3 en 4 worden geschrapt.

I.Na artikel 8 worden drie nieuwe artikelen 8a, 8b en 8c ingevoegd, luidende als volgt:

Begroting en financiële verslaglegging NMA

Artikel 8a

1.De Directeur legt eenmaal per jaar voor het komende tijdvak van twaalf (12) maanden uiterlijk in de maand oktober aan de Raad ter goedkeuring voor een begroting met toelichting ter zake van de exploitatie, de investeringen en de financiële verplichtingen die in genoemd tijdvak voor een latere periode dan dit tijdvak zullen worden aangegaan. De toelichting gaat vergezeld van een financieringsoverzicht.

2.De Directeur brengt elk kwartaal verslag uit aan de Raad over de realisatie van de begroting en van het financieringsoverzicht. De Directeur laat zich bijstaan door het directielid dat volgens het reglement belast is met de financiële aangelegenheden van de NMA.

Officiële tekst: S.B. 2024 no. 56 · bron: De Nationale Assemblée · www.sc-reas.com/kennisbankpagina 12 van 32
SC-REAS N.V. · KENNISBANK · WETTEKSTS.B. 2024 no. 56

Balans en saldo van de NMA

Artikel 8b

1.De Directeur en de Raad brengen jaarlijks verslag uit over het daaraan voorafgaande jaar aan de Minister. Dit verslag bevat een uiteenzetting en verantwoording van het gevoerde beleid, de besteding van de begrotingsmiddelen met toelichting ter zake van de exploitatie, de investeringen en de financiële verplichtingen van de NMA.

2.De balans en de saldorekening met de toelichting zal worden onderzocht door een externe accountant. Het accountantsverslag zal deel uitmaken van het jaarlijks verslag van de Directeur en de Raad.

3.De balans en de saldorekening met de toelichting worden door de Directeur, de voorzitter en alle leden van de Raad ondertekend en ter vaststelling aan de Minister aangeboden; indien de handtekening van één of meer van deze functionarissen ontbreekt, wordt de reden daarvan op de jaarstukken vermeld.

4.Na nota te hebben genomen van het jaarverslag met daarin de door de accountant goedgekeurde balans en saldorekening, wordt door de Minister decharge verleend aan de Directeur en de Raad.

Artikel 8c

1.Jaarlijks worden op de bezittingen van de NMA afschrijvingen toegepast naar gangbare normen en gebruiken.

2.Het saldo van de NMA zoals blijkt uit de door de Minister vastgestelde jaarlijkse saldorekening, wordt op voorstel van de Raad aangewend ter versterking van de reserves.

3.Indien blijkens de vastgestelde saldorekening over enig jaar verlies is geleden dat niet uit een reserve kan worden bestreden of op andere wijze kan worden gedelgd, wordt uit het saldo in het volgende jaar of in de volgende jaren zodanig verlies aangezuiverd, met inachtneming van de ter zake geldende wettelijke bepalingen.

J. Artikel 9 komt te luiden, als volgt:

Zorgplicht

Artikel 9

1.Een ieder op het grondgebied van de Staat Suriname is verplicht voldoende zorg voor het milieu in acht te nemen.

Officiële tekst: S.B. 2024 no. 56 · bron: De Nationale Assemblée · www.sc-reas.com/kennisbankpagina 13 van 32
SC-REAS N.V. · KENNISBANK · WETTEKSTS.B. 2024 no. 56

2.De zorg, zoals bedoeld in lid 1, houdt in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen voor het milieu kunnen worden veroorzaakt, verplicht is dergelijk handelen achterwege te laten voor zover dit in redelijkheid kan worden gevergd.

3.Een ieder die kennis draagt van enig handelen of nalaten dat nadelige gevolgen heeft of kan hebben voor het milieu, is verplicht de NMA hiervan in kennis te stellen.

4.Een ieder zoals bedoeld in lid 2 is verplicht maatregelen te treffen teneinde nadelige gevolgen voor het milieu te voorkomen of, voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken.

K. Artikel 10 komt te luiden, als volgt:

1.Het opschrift van artikel 10 komt te luiden, als volgt:

Milieu in het Ontwikkelingsplan

2.Artikel 10 komt te luiden, als volgt:

1.De Regering zet haar beleid ten aanzien van het milieu uiteen in het Ontwikkelingsplan van Suriname.

2.Het beleid ten aanzien van milieu wordt door de Minister verder uitgewerkt tot een Nationaal Milieubeleidsplan.

L.Artikel 11 komt te luiden, als volgt:

Het nationaal milieubeleid wordt vastgesteld op basis van de nationale ontwikkelingsprioriteiten alsook de internationale en regionale afspraken gericht op de bescherming van het milieu en het garanderen van een gezond milieu.

M. Artikel 12 komt te luiden, als volgt:

1.De Minister wordt bij de formulering van het Nationaal Milieubeleidsplan bijgestaan door de NMA en betrekt bij de voorbereiding hiervan de bestuursorganen, belanghebbende instellingen, organisaties en personen alsook de Inheemsen en Tribale volken.

2.Het Nationaal Milieubeleidsplan bevat de hoofdzaken van het te voeren milieubeleid.

3.Tot de hoofdzaken bedoeld in lid 2 behoren ten minste:

a.de doelstellingen en maatregelen ter voorkoming, beperking of het herstellen van de gevolgen van menselijke activiteiten die het milieu verontreinigen, aantasten of uitputten;

b.de beoogde resultaten inzake de kwaliteit van het milieu;

Officiële tekst: S.B. 2024 no. 56 · bron: De Nationale Assemblée · www.sc-reas.com/kennisbankpagina 14 van 32
SC-REAS N.V. · KENNISBANK · WETTEKSTS.B. 2024 no. 56

c.de termijnen die zullen worden nagestreefd voor het bereiken van de beoogde resultaten;

d.de te verwachten economische en ruimtelijke gevolgen van het uit te voeren Nationaal Milieubeleidsplan; en

e.een budget met betrekking tot het uitvoeren van het Nationaal Milieubeleidsplan.

N. Artikel 13 komt te luiden, als volgt:

1.In lid 1 wordt het woord “jaar” vervangen door: jaren.

2.In lid 6 wordt het woord “Assemblee” vervangen door: Assemblée.

3.Lid 5 komt te luiden, als volgt:

5.De Minister is bevoegd nadere instructies te geven met betrekking tot de formulering en uitvoering van milieuprogramma’s.

4.In lid 7 wordt het woord “staatscourant” vervangen door: Staatsblad van de Republiek Suriname.

O. In artikel 14 lid 2 wordt aan het eind van onderdeel a na de puntkomma het woord “en” toegevoegd.

P. Artikel 15 komt te luiden, als volgt:

1.Lid 1 komt te luiden, als volgt:

1.De Districtscommissaris stelt overeenkomstig daartoe door de Minister gegeven instructies in overleg met de Minister belast met de zorg voor het regionaal bestuur en de NMA een Districts-Milieuprogramma vast voor het district waarover hij het beheer voert.

2.Lid 2 komt te luiden, als volgt:

2.Het Districts-Milieuprogramma wordt, in overleg met de Minister,telkens voor een periode van drie (3) jaren of een kortere periode vastgesteld.

3.In lid 3 wordt na de puntkomma van onderdeel c het woord “en” toegevoegd.

Q. Artikel 16 wordt gewijzigd, als volgt:

1.In lid 1 wordt het woord “jaar” telkenmale vervangen door: jaren.

2.Lid 2 komt te luiden, als volgt:

2.Het rapport bedoeld in lid 1 dient als één der instrumenten voor het vaststellen van het Nationaal Milieubeleidsplan.

3.Lid 3 komt te luiden, als volgt:

Officiële tekst: S.B. 2024 no. 56 · bron: De Nationale Assemblée · www.sc-reas.com/kennisbankpagina 15 van 32
SC-REAS N.V. · KENNISBANK · WETTEKSTS.B. 2024 no. 56

3.Het rapport bedoeld in lid 1 wordt uitgebracht ten minste zes (6) maanden en ten hoogste twaalf (12) maanden, voordat de Minister het eerstvolgende Nationaal Milieubeleidsplan vaststelt.

4.Lid 5 komt te luiden, als volgt:

5.De NMA kan voor zover het nodig is regels vaststellen ten aanzien van de wijze waarop de krachtens de in lid 4 aangewezen overheidsinstellingen bij het opstellen van de rapporten worden betrokken.

5.Lid 6 komt te luiden, als volgt:

6.De President zendt aan De Nationale Assemblée het rapport als bedoeld in lid 1, vóór of gelijktijdig met het eerstvolgend Nationaal Milieubeleidsplan. De NMA draagt er zorg voor dat zo een rapport voor het publiek toegankelijk is.

R. Artikel 17 wordt gewijzigd, als volgt:

1.In lid 2 wordt de zinsnede “van dit artikel” geschrapt.

2.In lid 3 wordt het woord “overheids” vervangen door: overheidsinstelling.

3.Lid 4 komt te luiden, als volgt:

4.De in lid 3 bedoelde persoon is verplicht de in lid 1 bedoelde gegevens en inlichtingen duidelijk en zonder voorbehoud naar waarheid te verstrekken, binnen een door de NMA vast te stellen redelijke termijn.

S. Artikel 18 komt te luiden, als volgt:

Internationale Overeenkomsten

Artikel 18

In de gevallen waar Suriname partij is bij een internationale overeenkomst betreffende management van het milieu, zal de Minister in nauwe samenwerking met de desbetreffende overheidsorganen:

1.wetgevingsvoorstellen initiëren, met het doel de geratificeerde overeenkomst te implementeren en de Staat Suriname in staat stellen te voldoen aan haar verplichtingen en aanspraak te maken op de rechten die voortvloeien uit het partij zijn; en

2.andere passende maatregelen identificeren ter implementatie van de geratificeerde overeenkomst.

T. Artikel 19 komt als volgt te luiden:

1.Er is een Milieufonds met als doel het bevorderen van de bescherming, instandhouding en het duurzaam gebruik van het milieu.

2.Dit fonds zal dienen ter financiering:

Officiële tekst: S.B. 2024 no. 56 · bron: De Nationale Assemblée · www.sc-reas.com/kennisbankpagina 16 van 32
SC-REAS N.V. · KENNISBANK · WETTEKSTS.B. 2024 no. 56

a.van de activiteiten van de NMA in het kader van:

i.het beschermen, conserveren van en duurzaam gebruiken van het milieu;

ii. het introduceren van stimulerende maatregelen ter beteugeling van milieuverontreiniging;

iii. het stimuleren van onderzoek onder andere in het kader van klimaatverandering en verlies van biodiversiteit;

iv. het vergroten van het milieubewustzijn in Suriname; en

b.overige activiteiten die bevorderlijk zijn voor het bereiken van het doel waarvoor het Milieufonds is ingesteld.

3.Het Milieufonds wordt beheerd door een bestuur bestaande uit ten minste drie (3) en ten hoogste zeven (7) bestuurders uit de publieke en private sector. De Minister kan gehoord de Raad en na verkregen goedkeuring van de Raad van Ministers besluiten dat het Milieufonds wordt beheerd door een daartoe aangewezen rechtspersoon. Bij staatsbesluit worden nadere regels vastgesteld over de te volgen procedure, de wijze van verantwoording en de voorwaarden waaraan voldaan moet worden voor het onderbrengen van het beheer van het Milieufonds bij een rechtspersoon.

4.Het Milieufonds is gezeteld te Paramaribo ten kantore van de NMA en kan elders bijkantoren hebben.

5.Bij of krachtens staatsbesluit worden nadere regels vastgesteld inzake het Milieufonds, de benoemings- en ontslaggronden, de functie-eisen en kwalificaties en overige bepalingen met betrekking tot de bestuurders.

U. In artikel 20 lid 1 wordt na de puntkomma in onderdeel g het woord “en” toegevoegd.

V.Artikel 21 wordt gewijzigd, als volgt:

1.Lid 4 komt te luiden, als volgt:

4.Voor de exploitatie van het Milieufonds kan ten hoogste vijf (5) procent van de totale waarde van de middelen van het Milieufonds per jaar worden besteed, waaronder begrepen de kosten voor het beheer van het Milieufonds. Van deze regel kan slechts tijdelijk of in bijzondere omstandigheden gemotiveerd worden afgeweken na goedkeuring van de Minister, gehoord de Minister belast met het algemeen financiële en monetaire beleid.

2.Lid 5 komt te luiden, als volgt:

Officiële tekst: S.B. 2024 no. 56 · bron: De Nationale Assemblée · www.sc-reas.com/kennisbankpagina 17 van 32
SC-REAS N.V. · KENNISBANK · WETTEKSTS.B. 2024 no. 56

5.In afwijking van het in lid 4 genoemd percentage wordt voor de periode van vijf (5) jaren, te rekenen van de datum van instelling van het Milieufonds ten laste van de staatskas jaarlijks een bedrag van één miljoen (1000.000) Surinaamse Dollar bestemd voor de exploitatie van het Milieufonds. Afhankelijk van de behoefte kan het in de eerste volzin bedoelde bedrag worden gewijzigd. De Minister, gehoord de Minister belast met het algemeen financiële en monetaire beleid, stelt vast vanaf welk moment de exploitatie volledig ten laste komt van de middelen van het Milieufonds.

W. Na artikel 21 wordt een nieuw artikel 21a ingevoegd, luidende als volgt:

Artikel 21a

In verband met de verontreiniging, aantasting of uitputting die belastend is of kan zijn voor het milieu kan er een milieuverwijderingsbijdrage, een milieuheffing naar aard of soort, statiegeld of andere financiële bijdrage worden geheven al dan niet in de vorm van een indirecte belasting, bestemd voor de verwijdering uit het milieu en de verwerking van afval, een contaminant of een gevaarlijke stof. De hoogte van de milieuverwijderingsbijdrage, de milieuheffing, het statiegeld of andere financiële bijdrage wordt bepaald afhankelijk van de hoeveelheid, het gewicht, de omvang, de inhoud, de uitstoot of bewerkelijkheid van het afval, de contaminant, de gevaarlijke stof of de aard of mate van verontreiniging.

X.In artikel 22 lid 2 wordt de zinsnede “van dit artikel” geschrapt.

Y. In artikel 25 worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1.onderdeel h komt te luiden, als volgt:

h.de kosten, al dan niet in vreemde valuta, die door de vergunningaanvrager verschuldigd zijn in verband met het MEA-proces; en

2.na onderdeel h wordt een nieuw onderdeel i toegevoegd, luidende als volgt:

i.procedures voor de uitvoering van FPIC.

Z. Artikel 26 lid 2 komt te luiden, als volgt:

2.Indien blijkt dat de in lid 1 bedoelde informatie in het belang van de nationale veiligheid is, zal deze slechts na daartoe verkregen toestemming van de President en onder voorwaarde van geheimhouding aan de NMA worden verstrekt.

AA. In artikel 27 worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1.In de leden 2 en 4 wordt de zinsnede “van dit artikel” geschrapt.

2.Lid 4 komt te luiden, als volgt:

4.Het gestelde in de leden 1 tot en met 3 wordt bij beschikking vastgesteld.

AB. Artikel 28 wordt als volgt gewijzigd:

Officiële tekst: S.B. 2024 no. 56 · bron: De Nationale Assemblée · www.sc-reas.com/kennisbankpagina 18 van 32
SC-REAS N.V. · KENNISBANK · WETTEKSTS.B. 2024 no. 56

1.In lid 2 wordt de zinsnede “van dit artikel” geschrapt.

2.In lid 4 wordt de zinsnede “welke ter inzage” vervangen door: dat ter inzage.

AC. Artikel 29 lid 1 aanhef komt te luiden, als volgt:

1.De NMA wordt binnen een vastgestelde termijn in kennis gesteld indien een persoon of rechtspersoon:

AD. Artikel 30 wordt als volgt gewijzigd:

In de laatste volzin van artikel 30 wordt de zinsnede “Het redelijke termijn” vervangen door: de redelijke termijn.

AE. In artikel 31 lid 2 wordt de zinsnede “van dit artikel” geschrapt.

AF. In artikel 33 lid 2 wordt de zinsnede “welke verstrekt wordt” vervangen door: die verstrekt wordt.

AG. Artikel 34 lid 1, onderdeel b wordt vervangen door:

b.de uitstoot in het milieu van enig afval dat geschikt is voor hergebruik of recycling; en

AH. In artikel 35 worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1.In lid 2 wordt de zinsnede “van dit artikel” geschrapt.

2.Lid 3 komt te luiden, als volgt:

3.De NMA houdt een openbaar register bij van de op grond van dit artikel verstrekte vergunningen. Dit register ligt ter inzage op een voor het publiek toegankelijke wijze.

AI. In artikel 36 lid 2 wordt de zinsnede “van dit artikel” geschrapt.

AJ. Artikel 37 lid 3 komt te luiden, als volgt:

3.De richtlijnen en procedures genoemd in lid 1 worden bij beschikking vastgesteld en in het Staatsblad van de Republiek Suriname bekendgemaakt.

AK. In artikel 38 wordt de punt aan het eind van onderdeel c vervangen door een puntkomma gevolgd door het woord “of”.

AL. Artikel 40 komt te luiden, als volgt:

1.De NMA is -voor zover dit in deze wet of enige andere regeling niet is voorbehouden aan de Minister- belast met het toezicht op en de handhaving van deze wet.

2.In geval van handhaving van een milieudelict voortvloeiende uit een wettelijke regeling genoemd in artikel 47, en er voorzien is in een eigen op de desbetreffende regeling gebaseerd(e) toezicht of handhaving, is de NMA bevoegd instructies te geven ter bescherming van het milieu.

Officiële tekst: S.B. 2024 no. 56 · bron: De Nationale Assemblée · www.sc-reas.com/kennisbankpagina 19 van 32
SC-REAS N.V. · KENNISBANK · WETTEKSTS.B. 2024 no. 56

3.De Minister is bevoegd instructies te geven aan de NMA ter uitvoering van het bepaalde in lid 2.

AM. In artikel 41, de leden 1 tot en met 3 en lid 5 worden de woorden “Milieu Controleur” vervangen door: milieucontroleur.

AN. Artikel 43 wordt gewijzigd, als volgt:

1.lid 1 komt te luiden, als volgt:

Indien met het oog op de betrokken overtreding passend, kan in het belang van het voorkomen of beperken van het verontreinigen, uitputten of aantasten van het milieu, dan wel de milieukwaliteit, de NMA bepalen, dat door de overtreder een dwangsom zal worden verbeurd per dag dat de inrichting niet overeenkomstig de vergunningsvoorschriften of zonder vergunning in werking is.

2.lid 2 komt te luiden, als volgt:

2.De dwangsom bedraagt ten minste tienduizend (10.000) Surinaamse Dollar en ten hoogste vijfhonderdduizend (500.000) Surinaamse Dollar per dag en komt toe aan de NMA.

3.Lid 5 wordt geschrapt.

AO. Artikel 44 lid 1 komt te luiden, als volgt:

1.De NMA kan aan een overtreder een boete van ten minste duizend (1000) Surinaamse Dollar en ten hoogste vijfhonderdduizend (500.000) Surinaamse Dollar opleggen. Deze boete komt toe aan de NMA.

AP. Artikel 46 wordt gewijzigd, als volgt:

1.Een belanghebbende die rechtstreeks in zijn belang is getroffen door een krachtens deze wet genomen besluit, kan binnen dertig (30) dagen, nadat hij hiervan kennis heeft genomen, beroep aantekenen bij de Minister.

2.Op het beroep als bedoeld in lid 2 wordt binnen dertig (30) dagen na de datum van indiening beslist.

AQ. Artikel 48 wordt als volgt gewijzigd:

1.Lid 1 komt te luiden, als volgt:

1.Degene die opzettelijk door enigerlei handelen of nalaten verontreiniging, uitputting, of aantasting van het milieu, dan wel van de milieukwaliteit veroorzaakt, teweegbrengt of bevordert, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste acht (8) jaren en een geldboete van de zesde categorie van artikel 40 van het Wetboek van Strafrecht.

2.Lid 2 komt te luiden, als volgt:

Officiële tekst: S.B. 2024 no. 56 · bron: De Nationale Assemblée · www.sc-reas.com/kennisbankpagina 20 van 32
SC-REAS N.V. · KENNISBANK · WETTEKSTS.B. 2024 no. 56

2.Degene aan wiens schuld te wijten is dat door enigerlei handelen of nalaten verontreiniging, uitputting of aantasting als bedoeld in deze wet plaatsvindt, wordt gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste vier (4) jaren en een geldboete van de vierde categorie van artikel 40 van het Wetboek van Strafrecht, hetzij één van beide straffen.

3.Lid 4 komt te luiden, als volgt:

4.Niet opzettelijke overtreding van één der in artikel 47 lid 1 genoemde wettelijke voorschriften, dan wel degene aan wiens schuld te wijten is dat de door de NMA in het belang van de duurzame ontwikkeling van het milieu, of met betrekking tot de milieuhygiëne gegeven voorschriften niet worden nageleefd, wordt gestraft met een geldboete van de vijfde categorie van artikel 40 van het Wetboek van Strafrecht.

4.In lid 5 wordt de zinsnede “van dit artikel” geschrapt.

AR. In artikel 49 lid 1 onder e wordt de zinsnede “welke rechten en/of voordelen” vervangen door: welke rechten of voordelen.

AS. In artikel 50 lid 2 wordt de zinsnede “van dit artikel” geschrapt.

AT. In artikel 51 de leden 2 en 3 wordt de zinsnede “van dit artikel” geschrapt.

AU. In artikel 53 de leden 2 en 3 wordt de zinsnede “van dit artikel” geschrapt.

AV. In artikel 55 lid 3 wordt de zinsnede “als vorenbedoeld” vervangen door: als bedoeld in lid 2.

AW. Artikel 61 komt te vervallen.

AX. Artikel 64 wordt gewijzigd, als volgt:

1.In lid 1 aanhef wordt aan het eind het woord “welke:” vervangen door: die.

2.Aan het eind van onderdeel c na de puntkomma wordt het woord “of” toegevoegd.

3.In lid 3 wordt de zinsnede “van dit artikel” geschrapt.

AY. Artikel 65 lid 2 wordt gewijzigd, als volgt:

4.Artikel 64 leden 2 en 3 zijn hier van toepassing.

AZ. In artikel 70 lid 3 wordt de zinsnede “van dit artikel” geschrapt.

BA. In artikel 71 de leden 2 en 3 wordt de zinsnede “van dit artikel” geschrapt.

BB. In artikel 72 de leden 2 en 3 wordt de zinsnede “van dit artikel” geschrapt.

BC. In artikel 73 lid 1 wordt de zinsnede “in beroep komen bij” vervangen door: in beroep gaan bij.

BD. Na artikel 74 worden twee nieuwe artikelen 74a en 74b ingevoegd, luidende als volgt:

Officiële tekst: S.B. 2024 no. 56 · bron: De Nationale Assemblée · www.sc-reas.com/kennisbankpagina 21 van 32
SC-REAS N.V. · KENNISBANK · WETTEKSTS.B. 2024 no. 56

Geheimhouding

Artikel 74a

1.Een ieder die betrokken is bij de uitvoering van deze wet en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding daarvan behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot mededeling verplicht of uit zijn taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit. De geheimhoudingsplicht geldt ook, nadat een betrokken persoon, die in verband met enige werkzaamheid ten behoeve van de uitvoering van deze wet gegevens of inlichtingen heeft verkregen, de dienst heeft verlaten.

2.Degene die handelt in strijd met de geheimhoudingsplicht genoemd in lid 1 wordt gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste vier (4) jaren en een geldboete van de vierde categorie van het Wetboek van Strafrecht, hetzij één van beide straffen.

3.Het in lid 2 strafbaar gestelde feit is een overtreding.

Evaluatie

Artikel 74b

De Minister belast met de zorg voor het milieu zendt binnen vijf (5) jaren na de inwerkingtreding van deze wet en vervolgens telkens na vier (4) jaren aan De Nationale Assemblée en de President een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.

BE. In artikel 75 wordt in de leden 1 tot en met 3 het woord “welke” vervangen door: die.

BF. Artikel 76 wordt geschrapt en komt als volgt te luiden:

1.De directie en het personeel van het NIMOS worden tewerkgesteld bij de NMA met inachtneming van reeds opgebouwde rechten ten aanzien van de bezoldiging, de toelagen, de medische voorzieningen, de pensioenrechten, de verlofregeling en diensttijd, totdat een eigen rechtspositionele regeling voor personeel van de NMA is vastgesteld. De benoeming in een functie bij de NMA kan slechts plaatsvinden indien aan de in deze wet voor de betreffende functies vastgestelde functievereisten is voldaan. Voor overige functies worden de functievereisten vastgesteld door de NMA, gehoord de Minister en vindt de benoeming slechts plaats met inachtneming van de functievereisten.

Officiële tekst: S.B. 2024 no. 56 · bron: De Nationale Assemblée · www.sc-reas.com/kennisbankpagina 22 van 32
SC-REAS N.V. · KENNISBANK · WETTEKSTS.B. 2024 no. 56

2.De directieleden of personeelsleden van het NIMOS hebben het recht om, nadat de NMA eigen voorzieningen heeft getroffen, een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht met de NMA te sluiten. De datum van indiensttreding bij de NMA sluit waar nodig zoveel als mogelijk aan op de datum van daadwerkelijke operationalisering van de NMA en wordt op een zodanig wijze vastgesteld dat een personeelslid afkomstig van het NIMOS geen nadelige gevolgen ondervindt voor wat betreft de berekening van de voor het pensioen geldige diensttijd of andere voorziening die zich niet verdraagt met een onderbreking van de diensttijd. De rechtspositie van het personeel wordt verder geregeld bij Collectieve Arbeidsovereenkomst, op grond waarvan de individuele arbeidsovereenkomsten met de directieleden of personeelsleden worden gesloten.

3.De middelen en bezittingen van het NIMOS zullen ingevolge haar statuten worden vereffend.

4.Overeenkomstig de wettelijke of statutaire bepalingen wordt een vereffenaar aangewezen.

ARTIKEL II#

In de Memorie van Toelichting worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1.In onderdeel I. ALGEMEEN worden de volgende wijzigingen aangebracht:

A. Op pagina 46, de eerste alinea in de vierde volzin wordt de zinsnede “in die periode” vervangen door: In die periode.

B. Op pagina 48 wordt:

1.De kop van de eerste alinea “Milieu en Planning” vervangen door: Milieubeleid en Planning.

2.In de tweede alinea, de eerste volzin de zinsnede “mogelijk belangrijke nadelige” vervangen door: mogelijk nadelige.

2.In onderdeel II. TOELICHTING OP DE HOOFDSTUKKEN worden de volgende wijzigingen aangebracht:

A. Op pagina 50 wordt:

1.De tweede alinea vervangen door:

Met de regeringswisseling in 2020 is er ook verandering gekomen in de institutionele structuur voor Milieumanagement. Het Ministerie van Ruimtelijke Ordening en Milieu is per Presidentieel Besluit van 16 juli 2020 ingesteld, verder geformaliseerd bij Staatsbesluit van 14 Oktober 2020 (S.B. 2020 no. 191) als antwoord op de roep naar meer aandacht voor de ruimtelijke ordening en een meer daadkrachtig milieubeleid. Het ministerie is onder andere belast met de coördinatie van het totale milieugebeuren in Suriname. Het NIMOS zal worden getransformeerd tot de Nationale Milieu Autoriteit en het Coördinatie Milieu die onder het Kabinet van de President valt, is overgenomen door het nieuwe Ministerie van Ruimtelijke Ordening en Milieu (ROM). De transitieperiode voor de inrichting van het nieuwe Ministerie van ROM en het opzetten van de Nationale Milieu Autoriteit is per Presidentieel Besluit (PB. Nr. 31) vastgesteld.

Officiële tekst: S.B. 2024 no. 56 · bron: De Nationale Assemblée · www.sc-reas.com/kennisbankpagina 23 van 32
SC-REAS N.V. · KENNISBANK · WETTEKSTS.B. 2024 no. 56

2.De derde alinea vervangen door:

Hoofdstuk III handelt over de zorgplicht. De zorgplicht geldt als opvangartikel van die mogelijke gevallen die niet bij deze wet geregeld zijn, maar wel nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu. De plicht moet gezien worden als de basisnorm die geldt voor de eigen verantwoordelijkheid van natuurlijke personen en rechtspersonen voor bescherming van het milieu in Suriname. Verder wordt met dit artikel de mogelijkheid gecreëerd voor de overheid om zonder vele gedetailleerde bepalingen te kunnen optreden in gevallen, waarbij er sprake is van nadelige gevolgen voor het milieu, die niet expliciet in de wet zijn genoemd.

3.In de vierde alinea, de eerste volzin het woord “Milieuplanning” geschrapt.

4.In de vijfde alinea, de derde volzin wordt de zinsnede “(milieu effecten analyse)” vervangen door: Milieu Effecten Analyse.

3.In onderdeel III. ARTIKELSGEWIJZE BEHANDELING worden devolgende wijzigingen aangebracht:

A. Op pagina 52 wordt in de derde alinea, toelichting op de artikelen 2 tot en met 8, de laatste volzin vervangen door: Het NIMOS zal voorts opgaan in de NMA.

B. Op pagina 53, derde alinea, toelichting op artikel 11 worden de tweede en derde volzin geschrapt.

C. Op pagina 55, vierde alinea, toelichting op Artikel 16 lid 4 wordt:

1.De kop “Art. 16 lid 4” vervangen door: Artikel 16 lid 4.

2.De derde volzin vervangen door: In dit kader is het Surinaams Milieu Informatie Netwerk (SMIN) opgericht in 2017.

3.In de zesde alinea de zinsnede “Daarnaast zal het SMIN geraadpleegd worden voor” vervangen door: Deze milieudata, informatie en statistieken kunnen ondersteunend zijn bij.

D. Op pagina 56, eerste alinea de tweede volzin wordt het woord “onderhoud” vervangen door: behoud.

E. Op pagina 57, tweede alinea toelichting op Artikel 22 lid 3 wordt in de laatste volzin de zinsnede “krachtens art. 36” vervangen door: krachtens artikel 28.

Officiële tekst: S.B. 2024 no. 56 · bron: De Nationale Assemblée · www.sc-reas.com/kennisbankpagina 24 van 32
SC-REAS N.V. · KENNISBANK · WETTEKSTS.B. 2024 no. 56

F. Op pagina 74, toelichting op artikel 76 komt te luiden, als volgt:

Het gebruik van de term “rechtspositie” zou kunnen betekenen dat de medewerkers van Coördinatie Milieu en het NIMOS hun functie behouden bij het Ministerie van ROM of NMA. Echter is de gedachte geweest dat bij de overgang naar het Ministerie van ROM, de medewerkers niet achteruitgaan in salaris en verworvenheden gebonden aan de functie, maar dat de overgang gewoon krachtens de regels van de Personeelswet zal plaatsvinden. Bij overgang van NIMOS medewerkers naar de NMA zullen deze evenmin achteruitgaan in salaris en verworvenheden. Door de veranderende interne functionele structuur geschiedt de benoeming conform de nieuwe functievereisten.

ARTIKEL III#

1.Deze wet wordt in het Staatsblad van de Republiek Suriname afgekondigd.

2.Zij treedt in werking met ingang van de dag volgende op die van haar afkondiging.

3.De Minister belast met de zorg voor het milieu is belast met de uitvoering van deze wet.

Gegeven te Paramaribo, de 21ste mei 2024

CHANDRIKAPERSAD SANTOKHI

Uitgegeven te Paramaribo, de 28ste mei 2024

De Minister van Binnenlandse Zaken,

BRONTO S.G. SOMOHARDJO.

MEMORIE VAN TOELICHTING

Wet van 21 mei 2024, houdende wijziging van de Milieu Raamwet (S.B. 2020 no. 97).

ALGEMEEN

De Milieu Raamwet is op 15 mei 2020 inwerking getreden. De nieuw per juli 2020 aangetreden Regering heeft een apart Ministerie van Ruimtelijke Ordening en Milieu (Ministerie van ROM) ingesteld. Dit ministerie moet derhalve in staat worden gesteld om de toebedeelde zorggebieden en taken te kunnen effectueren passend binnen de vastgestelde nationale milieu-uitvoeringsstructuur. De Minister heeft beleidsmatige taken die zich onderscheiden van operationele taken die genoemd zijn in de wet. Het is daarom noodzakelijk dat er in de Milieu Raamwet een duidelijke afbakening komt van de taken van het ministerie en die van de NMA. De taken en bevoegdheden zijn zodanig ingedeeld dat het ook duidelijk is wie uiteindelijk de beleidsverantwoordelijkheid draagt. De verantwoordingsnormen zijn beter aangegeven en door de interne besturing binnen de NMA exacter vorm te geven, is er ook sprake van meer gedeelde verantwoordelijkheid. Daarnaast heeft er aanscherping plaatsgevonden van diverse financiële aangelegenheden en de verslaglegging. Dit moet ook de transparantie ten goede komen. De NMA is een bestuursorgaan en legt over de uitvoering van de wet verantwoording af aan de Minister. De Minister is immers de politiek eindverantwoordelijke die uiteindelijk in De Nationale Assemblée het beleid ter zake zal moeten uiteenzetten en verantwoorden.

Officiële tekst: S.B. 2024 no. 56 · bron: De Nationale Assemblée · www.sc-reas.com/kennisbankpagina 25 van 32
SC-REAS N.V. · KENNISBANK · WETTEKSTS.B. 2024 no. 56

Deze Wijzigingswet bevat inhoudelijk bezien voornamelijk noodzakelijke structuurwijzigingen, waaronder die van het apart vastleggen van de taken en bevoegdheden van de Minister ten opzichte van die van de NMA. Er is een ruimere financiële paragraaf toegevoegd en een opsomming van kwaliteitscriteria die voldoende garantie moeten bieden voor het goed kunnen uitoefenen van de taken (directie, Raad en het Milieufonds). De wet is thans aangevuld met diverse benoemingsvereisten.

Daarnaast was het nodig om diverse taalkundige en wetgeving technische onvolkomenheden te corrigeren. Het schrappen van de zinsnede “van dit artikel” of het woord “welke” en de aanduiding of het betreft een alternatieve of enuntiatieve opsomming zijn enkele van deze wijzigingen. In diverse artikelen zijn zinsneden ook aangepast, zodat de leesbaarheid wordt vergroot. Dit alles kan worden gebracht onder de noemer van taalkundige wijziging; veelal zonder dat de strekking of inhoud van een artikel inhoudelijk fundamenteel is gewijzigd.

Gebleken is dat er ook diverse verwijzingsfouten waren in artikelen. De toepassing van wat in een artikel is bepaald, zou hiermee illusoir worden. Ook hier moesten misslagen worden geëlimineerd.

Ook in de Memorie van Toelichting moesten er diverse wijzigingen worden aangebracht. Voor zover er nog tekstgedeelten in de oorspronkelijke toelichting voorkomen, moeten die steeds worden gelezen in die zin dat de Minister de beleidsverantwoordelijke is en dat de NMA als bestuursorgaan vooral belast is met operationele zaken de wet betreffende. Echter zijn sommige uitvoeringsaspecten van dien aard dat er wel de bevoegdheid bestaat van de Minister om instructies ter zake te geven. De bedoeling is daarbij dat het om algemene beleidskaders gaat en dat het niet zo zeer betreft een instructie in een individueel geval om de besluitvorming al dan niet gunstig te beïnvloeden. Aangezien de NMA een bestuursorgaan is, zal haar handelen ook worden getoetst aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Daarnaast zal uiteraard ook goed ondernemersbestuur (good corporate governance) leidend moeten zijn in besluitvorming en handelingen. De toelichting behorende bij de taken en bevoegdheden van de Minister en de NMA, zoals die in deze Wijzigingswet zijn geformuleerd, zijn leidend. De toelichting wordt steeds zodanig gelezen -met inachtneming van een wijziging van een artikel- dat daarmee de beste inhoud of invulling kan worden gegeven aan een artikel. Dat is immers de geest van de wet als het gaat om bescherming van het milieu. De wetgever heeft met deze wetswijziging blijk gegeven van de laatste inzichten gebaseerd op nieuwe omstandigheden of gezichtspunten ten aanzien van de uitleg van een artikel.

Officiële tekst: S.B. 2024 no. 56 · bron: De Nationale Assemblée · www.sc-reas.com/kennisbankpagina 26 van 32
SC-REAS N.V. · KENNISBANK · WETTEKSTS.B. 2024 no. 56

Het algemeen deel en de artikelsgewijze toelichting van de oorspronkelijke tekst van de memorie van toelichting ondergaan enige wijzigingen. De toelichting behorende bij deze Wijzigingswet vormt een aanvulling op de bestaande toelichting voor zover die niet is gewijzigd. Waar de oorspronkelijke toelichting is gewijzigd, wordt dit aangegeven door te verwijzen naar het paginanummer, met aanduiding van de alinea en regel (volzin of zinsnede) van de tekst van de Milieu Raamwet, zoals die is verschenen in het Staatsblad van de Republiek Suriname (S.B. 2020 no. 97). Het is de bedoeling dat er een geldende tekst tot stand komt, zodat de toegankelijkheid en de leesbaarheid worden vergroot.

ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING

Artikel 1 sub b tot en met v

Diverse onderdelen (definities) zijn gewijzigd, zodat er een betere afstemming kan zijn op de reikwijdte of het toepassingsbereik van de wet. Indien een begrip een nauwe betekenis heeft, kan dat namelijk de beoogde werking, toetsing of bescherming van de wet ongunstig beïnvloeden.

Artikelen 2 en 3

Met de instelling van het Ministerie van ROM is het noodzakelijk dat de taken en de bevoegdheden van de Minister worden vastgesteld en kunnen worden onderscheiden van die van de NMA. De uitvoeringsstructuur van het milieubeleid heeft hiermee een bestendige institutionele vorm gekregen.

Dit betekent ook dat er waar nodig -ter regeling van de rechtspositie- overgangsvoorzieningen moeten worden getroffen voor het personeel werkzaam bij het NIMOS of Coördinatie Milieu. Intussen is sedert de inwerkingtreding van de Milieu Raamwet op 15 mei 2020 de bepaling van artikel 2 oud niet als zodanig geeffectueerd, aangezien de NMA niet is geoperationaliseerd. Het personeel van het Coördinatie Milieu heeft gekozen voor een dienstbetrekking met het Ministerie van ROM. Ingeval van het personeel van NIMOS zal volgens de statutaire bepalingen de afwikkeling plaatsvinden. Artikel 76 nieuw geeft in hoofdlijnen de bepaling van de rechtspositie na inwerkingtreding van de gewijzigde wet.

De taken en bevoegdheden van de Minister komen chronologisch als eerst aan de orde en dan die van de NMA als orgaan dat verantwoording aflegt aan de Minister.

Bij de uitoefening van de bevoegdheden door de Minister gaat het er niet om dat de NMA ten aanzien van operationele werkzaamheden steeds onderhevig is aan instructies van de Minister. De Minister zal zich bij het geven van instructies vooral toeleggen op het strategisch en beleidsniveau. De NMA blijft een autonome status behouden ten aanzien van de taken en bevoegdheden die aan haar zijn toegekend. In gevallen, waarbij er beleidsaansturing en besluitvorming nodig is, is dit ook aangegeven in de vorm van een bevoegdheid aan de Minister.

Officiële tekst: S.B. 2024 no. 56 · bron: De Nationale Assemblée · www.sc-reas.com/kennisbankpagina 27 van 32
SC-REAS N.V. · KENNISBANK · WETTEKSTS.B. 2024 no. 56

Het uitgangspunt hierbij is dat de Minister vooral het algemeen kader vaststelt en zich niet inlaat met een individuele afweging van belangen ingeval de NMA gebruik maakt van haar bevoegdheden.

Na het vaststellen van de taken en bevoegdheden van het Ministerie van ROM is het ook noodzakelijk de gewijzigde taken en de bevoegdheden van de NMA op te nemen. Daarbij is de chronologie gevolgd dat het hoogste orgaan in de artikelenreeks eerder wordt vermeld dan het orgaan dat beleidsinstructies ontvangt. Bij de uitoefening van bevoegdheden zal de NMA zich in eerste aanleg zich zo goed als mogelijk richten op voorlichting, het stimuleren van naleving van normen en waar mogelijk begeleiden in het kunnen voldoen aan verplichtingen volgens deze wet (een zogenaamde graduele aanpak). Geleidelijk aan zal er op termijn wel worden overgegaan tot een strikter beleid, waarbij handhaving de boventoon gaat voeren. Verplichtingen, geboden en verboden zijn per slot van rekening ook onderdeel van het instrumentarium om met gepaste drang of bestraffend de daarvoor in aanmerking komende bepalingen te effectueren.

Artikelen 4 tot en met 8c

Deze artikelen behelzen vooral de verdere uitwerking van de bestuurlijke inrichting en verantwoording van de NMA voor zowel de directie als de Raad. Er is gekozen voor de vaststelling van criteria voor de benoeming, waarbij er is voorzien in het uitvaardigen van reglementen voor de detaillering. Er is ook gekozen voor een toetsing van het functioneren, van de directie, waarbij de mogelijkheid van schorsing is voorzien in de wet. Nadere regels worden daarvoor vastgesteld. Deels zal dit de wet ook bondiger maken en de mogelijkheden bieden voor maatwerk toegespitst op de omstandigheden die in een schorsing kunnen resulteren. In het wetsartikel wordt wel expliciet aangegeven wanneer er in ieder geval sprake is van schorsing. De wetgever heeft daarmee de toon gezet.

Ter introductie van het concept van “checks and balances”, is er ten aanzien van het beheer van het vermogen van de NMA geregeld dat zowel de Directeur als onderdirecteuren belast zijn daarmee. Een gedeelde verantwoordelijkheid wordt hiermee bewerkstelligd en dient misslagen te voorkomen door het delen van beslissingsverantwoordelijkheid. Uiteraard zullen er diverse werkafspraken moeten volgen die bij reglement worden vastgesteld met een (beslissings-) betrokkenheid van de Raad.

Voor het zo goed als mogelijk kunnen voorzien in een kwalitatieve uitvoering van het toezicht worden normen voor deskundigheid en andere criteria voor leden van de Raad van Toezicht in de wet zelf opgenomen. De Raad heeft een cruciale rol te vervullen ten aanzien van onder meer het toezicht op de uitvoering van de werkzaamheden van de NMA. Het is daarom nodig dat de leden van de Raad over een zekere opleiding en kennis beschikken die hen in staat stellen de raadswerkzaamheden te kunnen uitoefenen overeenkomstig de bepalingen van de wet.

Officiële tekst: S.B. 2024 no. 56 · bron: De Nationale Assemblée · www.sc-reas.com/kennisbankpagina 28 van 32
SC-REAS N.V. · KENNISBANK · WETTEKSTS.B. 2024 no. 56

Het is ook nodig additionele bepalingen in de wet op te nemen over hoe de financiële verslaglegging en jaarrekening moet worden gerapporteerd en wanneer. Er is ook voorzien in de goedkeuring van de Minister van het jaarverslag, waardoor de cirkel van verantwoording aan het beleid rond is.

Deze artikelen vormen de financiële paragraaf voor de verantwoording van de NMA aan de Minister en bevatten ook een verdere uitwerking van de wijze waarop de middelen van de NMA kunnen worden aangewend.

Artikel 9

Ten aanzien van de handhaving met betrekking tot de zorgplicht is het uitgangspunt dat er begonnen wordt met voorlichting (waaronder de werking en gevolgen van de wet). Bij handhaving zal er gradueel oplopend worden opgetreden. Allereerst in beginsel aanmoedigend, stimulerend tot normnaleving, maar vanaf een zeker moment strikter handhavend met daadwerkelijke toepassing van de door de wet geboden sancties.

Artikelen 10 tot en met 18

De wijzigingen van deze artikelen zijn deels taalkundig van aard en dienen deels voor een betere aanduiding onder andere van milieu in plannen en programma’s, de betrokkenheid van actoren, de aanduiding van termijnen, procedures en de bevoegdheid van de Minister om instructies te geven.

Artikel 11 geeft het kader aan voor het nationaal milieubeleid. Het is geenszins nodig om in de wet op te nemen wat de prioriteiten van het beleid moeten zijn, omdat die kunnen verschillen door omstandigheden en beleidsinzichten van het betreffende moment.

Met het instellen van het Ministerie van ROM is verandering gekomen in de institutionele structuur en verantwoordelijkheid van de verschillende actoren in milieumanagement en diende artikel 12 gewijzigd te worden. De taken ten aanzien van beleidsformulering die oorspronkelijk waren toebedeeld aan de NMA zullen nu worden uitgevoerd door de Minister. Er is daarom ook voorzien in instructies van de Minister om processen te kunnen aansturen.

In artikel 18 is de verantwoordelijkheid gelegd bij de Minister voor het toezicht op de implementatie en naleving van de verplichtingen van alle milieu gerelateerde verdragen.

Artikelen 19 tot 21

Het Milieufonds zal een belangrijke rol moeten vervullen. De doelstelling van het fonds is daarom vastgesteld, zodat de uitvoering van de artikelen met betrekking tot het Milieufonds steeds kunnen worden getoetst aan de doelstelling. De richting van wat gefinancierd kan worden uit het fonds is daarmee ook bepaald. Vanwege de cruciale rol van het fonds is het belangrijk dat deskundige en integere fondsbestuurders zullen worden aangetrokken en dat de wet voorziet in de nodige checks and balances.

Officiële tekst: S.B. 2024 no. 56 · bron: De Nationale Assemblée · www.sc-reas.com/kennisbankpagina 29 van 32
SC-REAS N.V. · KENNISBANK · WETTEKSTS.B. 2024 no. 56

Hoewel de wet primair uitgaat van het instellen van een Milieufonds dat beheerd zal worden door een bestuur, is de mogelijkheid voorzien dat uit oogpunt van efficiëntie en wellicht om redenen ontleend aan het kunnen voldoen aan compliance regels of andere bij of krachtens de wet gegeven voorschriften, het beheer van het Milieufonds bij een rechtspersoon onder te brengen. Het betreft daarbij een rechtspersoon die in ieder geval als bank functioneert en daarmee voldoende instrumentarium en ervaring heeft om een fonds te kunnen beheren en daarover verantwoording te kunnen afleggen. Bij staatsbesluit zal nadere detaillering plaatsvinden van deze vorm van beheer.

Minister van Financiën en Planning heeft een rol te vervullen in de plaats van de Minister van Binnenlandse Zaken. De zorg voor het milieubeleid berust immers niet meer bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken (het Kabinet van de President).

Artikel 21a

Dit artikel is nieuw ingevoegd. De middelen van het Milieufonds bestaan namelijk ook uit onder andere heffingen. Dit artikel vormt een aanknopingspunt (of beter gezegd een grondslag voor het bestaan) voor een milieuheffing die concreet bij wet zal worden vastgesteld te zijner tijd. Zonder wettelijke grondslag is er geen heffing mogelijk. De heffing wordt aangemerkt als een vorm van belasting.

Artikel 25

Toegevoegd is de mogelijkheid van betaling van de kosten in vreemde valuta. Deze wijziging is nodig om de NMA de financiële ruimte te bieden om externe (buitenlandse consultants) te kunnen betalen voor het beoordelen van de meer complexe MER’s. Verder zijn er aan de monitoringsactiviteiten die moeten plaatsvinden in het kader van de uitvoering van de MER’s ook financiële componenten verbonden, waarbij een andere valuta dan de Surinaamse Dollar wordt gehanteerd. Te denken valt aan bijvoorbeeld monitoringsactiviteiten in de offshore olie- en gassector.

Toegevoegd is een lid i om procedures voor de uitvoering van FPIC bij staatsbesluit te regelen.

Artikel 26

Vanwege de aard van de informatie kan het voorkomen dat er een toetsing moet volgen met het oog op de staatsveiligheid. De President is grondwettelijk de aangewezen autoriteit om daarover te oordelen.

Officiële tekst: S.B. 2024 no. 56 · bron: De Nationale Assemblée · www.sc-reas.com/kennisbankpagina 30 van 32
SC-REAS N.V. · KENNISBANK · WETTEKSTS.B. 2024 no. 56

Artikelen 27 tot en met 31 en 33 tot en met 38

Bij de uitvoering van de Milieu Raamwet, met name de handhaving zal er vooral gebruik worden gemaakt van detailnormen in uitvoeringsbeschikkingen. Deze beschikkingen kunnen voorzien in maximale waarden die niet mogen worden overschreden. De waarden zijn van zodanige aard dat het voorspelbaar moet zijn waaraan bijvoorbeeld een vergunninghouder zich moet houden. De waarden moeten meetbaar zijn en moeten niet resulteren in onevenredig hoge kosten om eraan te kunnen voldoen. Er zal een zo goed mogelijk evenwicht moeten worden gevonden tussen economische ontwikkeling of bedrijvigheid en bescherming van het milieu. Het milieubeleid moet erop gericht zijn om duurzame economische ontwikkeling op een zo milieuvriendelijke wijze te bewerkstelligen.

De wijzigingen in deze artikelen betreffen voornamelijk taalkundige wijzigingen of herinrichting van zinsneden om de leesbaarheid te vergroten.

Artikel 40

Met de wijziging van het artikel volgt een betere precisering van de bevoegdheidsverdeling. De Minister heeft volgens deze wet bevoegdheden. Bij de bevoegdheidsuitoefening door NMA moet daarom dit voorbehoud in lid 1 worden gemaakt.

Het is ook mogelijk dat in specifieke wetgeving bijzondere bepalingen zijn opgenomen ten aanzien van handhaving door aangewezen functionarissen of instituten voor handelingen die het milieu beïnvloeden, doch die bijvoorbeeld qua doel niet speciaal bedoeld waren voor bescherming van het milieu. In dit soort gevallen is er dan voorzien dat NMA wel bevoegd is instructies te geven ter bescherming van het milieu. In lid 3 is aan de Minister (als de uiteindelijke beleidsverantwoordelijke) de bevoegdheid gegeven om aan de NMA instructies te geven over de uitvoering van lid 2. De uitvoering van de wettelijke regelingen genoemd in artikel 47 berust bij verschillende ministeries en zal voor wat betreft de handhaving beleidsafstemming vergen.

Artikelen 41, 43, 44, 46, 48 t/m 51, 53, 55, 61, 64, 65 en 70 t/m 73

De wijzigingen in deze artikelen betreffen voornamelijk taalkundige wijzigingen of herinrichting van zinsneden om de leesbaarheid te vergroten.

Artikel 74

Er zijn 2 nieuwe artikelen ingevoegd. Het is noodzakelijk om een voorziening met betrekking tot geheimhouding op te nemen in de wet, aangezien voor de naleving van deze wet, bedrijven, instituten en personen informatie ter beschikking zullen moeten stellen van de NMA. Het is niet de bedoeling dat concurrenten over en weer aan informatie over de bedrijfsvoering kunnen komen. De confidentialiteit zal ook eerder uitnodigen tot het verstrekken van informatie in het kader van de handhaving. De overtreding van dit artikel is strafbaar gesteld.

Officiële tekst: S.B. 2024 no. 56 · bron: De Nationale Assemblée · www.sc-reas.com/kennisbankpagina 31 van 32
SC-REAS N.V. · KENNISBANK · WETTEKSTS.B. 2024 no. 56

Het doel van deze wet is om duurzame ontwikkeling te bewerkstelligen en het is daarom van belang om op gezette tijden de werking van de wet te evalueren op doelbereiking. Waar nodig kan bijstelling van het beleid plaatsvinden en wetwijziging volgen.

Paramaribo, 21 mei 2024,

CHANDRIKAPERSAD SANTOKHI

Officiële tekst: S.B. 2024 no. 56 · bron: De Nationale Assemblée · www.sc-reas.com/kennisbankpagina 32 van 32
Onze rolSC-REAS N.V. is dienstverlener. Wij begeleiden, meten en faciliteren, en delen kennis op basis van onze praktijkervaring. De informatie in onze brochures en op deze website is algemeen van aard en geen juridisch, fiscaal of financieel advies voor uw specifieke situatie. Keuzes maakt u zelf; besluiten over vergunningen, beschikkingen en inschrijvingen worden genomen door de bevoegde instanties. Wij werken met de gegevens die u en de instanties ons verstrekken; zijn die onjuist of onvolledig, dan kan dat de uitkomst beïnvloeden. Regels, termijnen en tarieven kunnen wijzigen. Aan deze informatie kunnen geen rechten worden ontleend.
PDFAlle wetteksten